Als God nou echt bestaat?

19 januari 2021

Lieve Marry en Cor,

Ik strik mijn wandelschoenen stevig dicht en steek de weg over welke direct toegang verschaft naar ons heerlijke duingebied. Zoals altijd realiseer ik me hoe ik bof dat we de duinen in onze achtertuin hebben. Ik sluit het zware houten hek om de oerossen en wilde paarden in hun graas gebied te houden en zet er stevig de pas in. De harde wind is fris en ik ben blij met mijn warme muts.
Ik loop het dijkje over en ben in het duin. Ik passeer een natuurlijke plas waarlangs het riet flink voorover buigt in de wind. Boven het plukje kale bomen rechts kringelt rook uit een schoorsteen. De schoorsteen van het Leoba klooster.

Wisten jullie trouwens al dat de straat waar wij wonen genoemd is naar het luiden van de klok van dit klooster? Dit Lui- laantje was vroeger een karrenspoor van zand waar de broeders uit de abdij na het sein van de bel doorheen kuierden op weg naar de nonnen. Grappig hè? Ineens komt de vraag bij me op wat ze daar als monniken bij de nonnen zochten en deden op zondag? Hihi, vertel het maar;).

Als God nou echt bestaat Middeljpg
Ik steek het fietspad over naar de ingang van het bos en loop diep in gedachten verzonken zonder ook maar iemand tegen te komen. Na een minuut of tien passeer ik jullie bankje. En ik realiseer me ineens dat ik er al een poos niet ben gaan zitten en zo sterk aan jullie heb gedacht als nu. Ik heb de tijd en ga zitten om jullie bij te kletsen. Hoe gaat het bij jullie? Weten jullie wat er zich allemaal afspeelt op de wereld? Hebben jullie daar in het hiernamaals wel echt een lijntje met ons?

Bestaat God wel echt....?

Ineens ben ik terug met jullie beiden in de ziekenhuiskamer van het MCA. Weten jullie nog? Jij in het ziekenhuisbed Cor, en Marry en ik zittend ieder aan een kant van het bed op een stoel, onze zes handen ineengestrengeld op de dekens in een cirkel van liefde en verbinding. En van verdriet en wanhoop. Het was een prachtige zomerdag, ik weet het nog goed. Ik zat in een mouwloos zomer jurkje en jij Mar in een wijde katoenen broek met een blauw vestje. Dat zelfde blauwe vestje had ik ook, we hadden het samen gekocht. Gek dat je sommige items nog zo helder weet.
Jij en Cor waren in het meest bizarre gesprek verwikkeld waar ik ooit bij was. Ik zat erbij en luisterde terwijl ik steeds strakker verwikkeld raakte in een web van emoties. Jullie gingen zo in elkaar op dat jullie mij totaal waren vergeten. Oh Mar wat was je boos. Boos van verdriet en teleurstelling dat Cor het in zijn hoofd haalde eerder te gaan sterven dan jij. Terwijl jij al veel langer ziek was en eerder dan hij zou gaan. Wilde gaan. Jij had het allemaal al keurig uitgestippeld. De plek van je graf uitgezocht op het kerkhof in ons geboortedorp. En je broers en zwagers zouden je kist dragen, je 3 broers voorop. En nu zou Cor daar niet bij zijn. En met wie kon je na zijn dood nog zwartgallige grappen maken? Hij was je kankermaatje! Wat moest je nou zonder Cor? Jullie bekvechtten een tijdje totdat jullie het eens werden. Cor zou je persoonlijk komen halen als het jouw tijd was. Als hij dat tenminste mocht van God, hij zou het eerst aan hem moeten gaan vragen. Als God tenminste echt zou bestaan daarboven.

En ik zat daar maar. De tranen stroomden over mijn wangen, mijn neus constant afvegend aan mijn klamme blote boven arm. Ik kon en wilde jullie handen niet loslaten. ‘En ik dan?’ vroeg ik uiteindelijk met benepen stem. ‘Wat moet ik straks zonder jullie beiden? Niemand anders begrijpt me zo goed als jullie, hoe kan ik straks verder als jullie er niet meer zijn?’ Ineens waren jullie beider ogen op mij gericht, beseffend dat ik er ook nog was. De schrik en de liefde in jullie ogen die ik erin las waren groot, welke ik nog altijd koester.

Waarom komt dit moment ineens zo bij me op? Oh ja vanwege de vraag over God.

Bestaat God wel echt?

Ik zit doodstil op ons bankje in het bos te luisteren of er een antwoord komt maar behoudens de wind die ruist in de kruinen van de bomen blijft het stil. Een stilte die vredig aanvoelt. Wat ik wel weet is dat jij Cor er niet was om Marry op te halen toen ze overging. Het was wel een Cor maar dan in de gedaante van Opa. Ik was erbij toen Marry opa riep. Ook weer zo’n bijzonder moment was dat.

Maar ik dwaal weer af. Hebben jullie enig idee wat er nu gaande is? Op onze mooie planeet waar de verdeeldheid groter is dan ooit? Ik stel me zo voor dat jullie daar boven ergens met zijn tweetjes door een verrekijker naar ons staan te turen en je in ergernis verbazen dat wij mensen er zo’n puinhoop van maken.

Hebben jullie mij afgelopen zondag nog gezien in Amsterdam? Tussen al die prachtige mensen die daar kwamen in liefde en verbinding waar ik zo ontzettend blij van werd. Waar de politie die vreedzaamheid ruw kwam verstoren met romeo’s en honden en paarden en waterkanonnen? Waar de media weer zo’n vertekend beeld van neerzet alsof wij degene zijn die zich agressief hebben opgesteld waardoor de politie moest ingrijpen en de boel zo escaleerde?
Waar blijft God of wat dan ook in zijn gerechtigheid?

Waarom duurt het zo lang voordat God de gelovigen kan laten inzien dat de maatregelen de kwaal allang niet meer dienen? Dat de effecten van de maatregelen vele malen dramatischer zijn dan de effecten van de kwaal? De hele wereld gaat op deze manier naar de knoppen, dat mag en kan toch niet? Zo blij en euforisch als ik me zondag voelde, zo vreselijk en verdrietig voelde ik me maandag. Ik heb in tijden niet meer zo gehuild.

Het is een enorme puinhoop hier. In de hele wereld, in de harten van alle mensen. Bedrijven gaan kapot, emoties als wanhoop en woede lopen op. Families en vrienden worden door verdeeldheid uit elkaar gescheurd, ieder achterlatend in wanhoop en frustratie waarom de ander niet ziet wat hij ziet.
Het gaat niet goed hier lieverds, helemaal niet goed. Ik weet dat ik altijd heb gezegd dat als er een God bestaat hij nooit de schuldige is aan de puinhoop die de mens ervan maakt. Maar toch heb ik nu een prangende vraag.

Als God nou echt bestaat?

Willen jullie hem daar dan vragen of hij ons dwaze mensen alsjeblieft een beetje wil helpen? Om ons weer in te laten zien dat we geboren zijn om lief te hebben? Om te knuffelen? Om bij elkaar te komen? En dat we allemaal een keertje dood gaan? De een wat eerder en de ander wat later? En dat dit gewoon bij het leven hoort?

Ineens Cor denk ik aan jouw filosofie van het leven.
 
‘Je wordt geboren
Je kijkt in het rond
Je snapt er geen barst van
en je duikt weer onder de grond.’

Dag lieverds. Bedankt voor jullie luisterend oor.

Voor altijd jullie zus.